Slaapregressie bij 4 maanden: wat te doen?

Net als je denkt dat je baby eindelijk goed slaapt, komt de beruchte 4-maanden slaapregressie om de hoek kijken. Dutjes worden korter, je baby wordt ’s nachts vaker wakker en alles wat je had opgebouwd qua slaapritme lijkt ineens verdwenen.

Maar maak je geen zorgen: deze fase is normaal, tijdelijk en zelfs een teken dat je baby zich goed ontwikkelt. In deze blog lees je wat er precies gebeurt tijdens de slaapregressie rond vier maanden, hoe je ermee omgaat én hoe white noise een steun in de rug kan zijn.


Wat is een slaapregressie?

Een slaapregressie is een tijdelijke terugval in het slaappatroon van je baby, vaak veroorzaakt door een ontwikkelingssprong of fysieke verandering. De 4-maanden regressie is de eerste echte grote verandering in het slaappatroon van je kind.

Tot die tijd sliep je baby voornamelijk in een diepe, dromerige toestand. Rond vier maanden verandert dat: de slaap wordt meer opgedeeld in lichte en diepe fasen, net zoals bij volwassenen.

Gevolg: je baby wordt vaker wakker, heeft moeite met inslapen of doorslapen, en dutjes worden korter. Dit alles is nieuw voor je baby en dat vraagt tijd om aan te wennen.


Hoe herken je een slaapregressie?

De 4-maanden regressie herken je aan:

  • Kortere dutjes (bijv. 30 minuten)
  • Vaker wakker worden ’s nachts
  • Moeite met inslapen (huilen, onrust)
  • Slecht doorslapen ondanks moeheid
  • Veranderingen in eet- en drinkgedrag
  • Plotseling terugval na een goede slaapperiode

Let op: deze signalen houden meestal 2 tot 6 weken aan. Het is dus een tijdelijke fase, maar wel eentje die intens kan zijn.


Wat kun je doen tijdens deze fase?

Het belangrijkste: blijf kalm en consistent. Veranderingen in slaap zijn normaal. Het helpt als je vasthoudt aan het vertrouwde ritme, ook al lijkt het even niet te werken.

1. Houd een voorspelbare routine aan

Geef je baby herkenning. Een vast avondritueel en dutjes op vaste momenten helpen om structuur te behouden.

2. Zorg voor een prikkelarme slaapomgeving

Verduister de kamer, zorg voor een aangename temperatuur en maak de omgeving rustig. Zet een white noise machine aan om achtergrondgeluiden te maskeren en een herkenbare geluidsomgeving te bieden.

3. Vermijd oververmoeidheid

Door vaker wakker worden raakt je baby sneller overprikkeld. Houd de wakkertijd tussen slaapjes kort en leg je baby op tijd neer.

4. Wees geduldig

Je hoeft het gedrag niet direct te ‘fixen’. Het is een aanpassingsperiode waarin je baby zijn nieuwe slaappatroon leert verwerken.


Helpt white noise echt?

Ja, white noise kan juist in deze fase enorm ondersteunend zijn. Het constante geluid helpt bij:

  • Overgangen tussen slaapfasen
  • Minder wakker worden van externe geluiden
  • Sneller in slaap vallen
  • Creëren van een slaapassociatie

Zorg ervoor dat de white noise machine op minimaal 1 meter afstand staat en niet te luid (max. 60 dB). Gebruik het bij elk slaapmoment, overdag én ’s nachts, zodat je baby weet: dit geluid = slaaptijd.


Wanneer moet je je zorgen maken?

Als de slaapproblemen langer dan 6 weken aanhouden, je baby veel huilt, slecht drinkt of nauwelijks slaapt, is het verstandig om met het consultatiebureau of de huisarts te overleggen. Meestal is het echter gewoon een kwestie van tijd, geduld en ritme.


Slaapregressie bij 4 maanden: wat te doen?

De slaapregressie rond 4 maanden is pittig, maar ook een teken van groei. Door rust, ritme en een kalme slaapomgeving te combineren met hulpmiddelen zoals white noise, ondersteun je je baby tijdens deze overgang.

Het voelt misschien alsof je terug bij af bent, maar deze fase is de opstap naar een volwassen slaapstructuur. Houd vol — het wordt beter.